In de eerste twee delen van deze serie heb ik je laten zien wat je nodig hebt, hoe je je haaknaald vasthoudt en hoe je een lus maat. Je hebt kunnen lezen hoe je een losse haakt en als het goed is heb je daar nu al aardig mee geoefend. Het wordt tijd voor je eerste echte haaksteek, de vaste!

Welkom bij deel 3 van de serie Back to Basic – Leren haken. Een goede basis is ontzettend belangrijk. Om mooie projecten te kunnen maken, moet je weten hoe je moet haken. Het is goed om je daarbij te realiseren dat het allemaal niet zo moeilijk als je misschien dacht. Daarom heb ik speciaal voor jullie deze Back to Basic serie geschreven, zodat je de eerste beginselen van het haken kunt leren en misschien zin krijgt om er meer mee te gaan doen. In dit artikel gaan we de vaste haken, wat ik je van dichtbij laat zien.

Pak de ketting van lossen er maar even bij en draai het zoals op de volgende foto:

Je haakt altijd van rechts naar links. Je hebt nu je ketting van lossen voor je. Steek nu je naald in de 2e steek. Je kunt een steek herkennen aan dat het allemaal v-tjes zijn en je steekt dus je naald in zo’n v-tje. Je haalt nu de draad door die steek, zoals je bij de losse ook hebt gedaan. Alleen nu sla je eerst de draad om de naald heen en je haalt de naald door de 2 lusjes heen.

Dus even voor het overzicht, op onderstaande foto zie je bij mijn wijs- en middelvinger van de rechterhand de 2 lussen. Dat zijn de lussen van de steek waar je de naald doorheen hebt gehaald en de lus van de losse die je net hebt gemaakt. Links daarvan zie je het lange deel van de draad die je door de 2 lussen heen haalt.

Je hebt nu je eerste vaste gehaakt. Vervolgens steek je de naald in de volgende steek, waardoor je 2 lussen op je haaknaald hebt. Sla de draad om en haal deze door de lussen heen. Doe dit een paar keer om net als bij de losse goed te oefenen. Na een paar vaste steken krijg je haakwerk al enige vorm.

Je kunt de hele ketting voorzien met lossen voorzien van vasten. Dit wordt ook wel het afmaken van een toer genoemd. Ben je aan het einde toegekomen en wil je verder? Dan moet je je haakwerk weer omdraaien, want wee je nog: we haken altijd van rechts naar links. Om dan weer verder te haken dan moet je de hoogte van je werk ook bij de volgende toer krijgen. Anders krijg je het lapje niet recht. Dat doe je door 1 losse te haken:

Je steekt vanaf daar in bij de volgende steek en daar moet je even goed kijken waar je de naald insteekt. Je steekt de naald door de steek heen en je krijgt daardoor 2 v-tjes op je naald. Ook hier geldt dat je draad doorhaalt, omslaat en door 2 halen.

Je kunt nu lekker oefenen met het haken van een lapje. Je zult zien dat als je lapje ongeveer 10 cm lang is, het werk er steeds beter uit gaat zien. Nu je een losse en vaste kunt haken, is het vooral een kwestie van heel veel oefenen, letterlijk en figuurlijk meters maken. In het laatste deel uit de serie laat ik je zien wat je kunt leren bij de online workshop ‘Leren haken met Wendy’. Daarbij laat ik je zien hoeveel je met die basiskennis kunt haken.

Wil je deze uitleg ook eens met een video zien?

Poeh, ingewikkeld he zo met tekst en plaatjes? Het kan soms fijner zijn om even bewegend beeld te hebben bij deze uitleg. Bekijk de video hier.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *