Ken je ‘De Dottige Omslagdoek’ al? In dit artikel vertel ik je alles over het gratis patroon van deze omslagdoek. Daarbij vertel ik je wat over de materiaalkeuze, we lopen de steken door en natuurlijk gaan we een stukje samen haken. Tot slot laat ik je een aantal variaties op dit patroon zien.

‘De Dottige Omslagdoek’ was het derde gratis jaarpatroon dat in 2018 uitkwam. Dit was voor het eerst een iets ingewikkelder patroon. Het bevatte niet alleen de herhaling van 2 toeren, maar had meer variatie. Daardoor was het iets moeilijker, maar nog steeds ook voor beginnende hakers goed te doen. Toen maakte ik namelijk al YouTube filmpjes, bijvoorbeeld over hakend opzetten en het haken van dotjes. In dit artikel laat ik je het haken van dotjes nog een keer aan je zien.

In 2018 ging ik ook live vanaf de KreaDoe. Ik was op dat moment bezig met De Dottige omslagdoek, waarbij ik heel veel draadjes aan het wegwerken was. Dat is namelijk zo’n heerlijk klusje om te doen als je een halfuurtje over hebt. Ik liet toen een sneak peak zien van de ‘Dottige Omsagdoek’. Het was een patroon wat ik een tijd lang overal mee naartoe nam. Overal zat ik te haken… Nu weet ik dat op die manier ook mijn beste patronen ontstaan. Lekker haken en zien wat er onder mijn handen ontstaat.

Word je al enthousiast? Je kunt het patroon hieronder gratis aanvragen:

Ja!!! Stuur mij het GRATIS patroon van de Dottige Omslagdoek

 

dit veld niet invullen s.v.p.

Heb je het patroon ontvangen? Pak het er dan maar vast bij. We gaan ondertussen De Dottige omslagdoek van dichtbij bekijken. Dit is de omslagdoek, in volle glorie:

Met recht volle glorie, want de omslagdoek is echt heel erg groot. Je hebt voor de omslagdoek 1.700 meter garen nodig. Daar kun je ook een trui van haken. Wil je de omslagdoek maken zoals ik hem heb gemaakt, dan heb je 4 bollen Scheepjes Our Tribe nodig in 2 verschillende kleuren. Het lijkt misschien alsof het allemaal heel mooi in elkaar overloopt en er meerdere kleuren inzitten, maar het zijn echt 2 bollen in 2 verschillende kleuren. Wil je de omslagdoek in andere kleuren haken? Dan is mijn advies om 2 afstekende kleuren te gebruiken zodat je het mooie effect krijgt.

Het garen is geschikt voor haaknaald 2,5-3 mm, maar ik haakte de omslagdoek zelf met 3,5 mm. Zoals je inmiddels wel weet van mij, haak ik altijd een haaknaald groter zodat de sjaal of omslagdoek fijn soepel valt. Niet iedereen kan tegen wol, dus hierbij ook nog even de samenstelling van het garen. Het bestaat voor 70% uit merino en voor 30% uit polyamide. Dit garen is heerlijk zacht en doordat het een soort lontdraad is, is de draad niet overal even dik. Dat geeft ook het leuke gemêleerde effect! Met welk garen je deze omslagdoek dus ook gaat haken maakt niet uit, als je maar op let dat het garen geschikt is voor naald 3-3,5 mm. Anders valt je omslagdoek nog veel groter uit .

Dit is de omslagdoek van dichtbij en zo kun je beter zien waar de sjaal uit bestaat:

Je begint de sjaal met een toer met stokjes. Vervolgens een toer met halve stokjes en dan ga je voor het eerst beginnen met de openingen die je ook op de foto ziet. Vind je het er ingewikkeld uit zien? Lees dan even verder, want ik laat het je allemaal zien.

Vervolgens bestaat de omslagdoek uit gewoon stokjes en halve stokjes, weer de openingen, hele stokjes en dan een toer met bolletjes. Hoe je die maakt, leg ik je natuurlijk ook uit. Je ziet dat bij elke toer een nieuwe kleur wordt gebruikt, behalve bij de toer met bolletjes. Dat zijn 3 toeren in 1 kleur. Verder wordt er dus per toer van kleur gewisseld.

Als je nog niet bekend bent met het netjes wisselen van kleur, lees dan het artikel ‘Hoe wissel je van kleur tijdens het haken?’ Ben jij er klaar voor om te gaan haken? Dan gaan we nu beginnen. Het eerste deel van het proeflapje heb ik hakend opgezet en daardoor kan ik gewoon naald 3,5 mm blijven gebruiken waar ik vervolgens de hele omslagdoek mee haak.

Wil je nu toch liever opzetten met een toer van lossen? Dan kan dat natuurlijk ook, maar dan doe je dat met haaknaald 4 mm. Zo hou je voldoende rek in je onderrand, anders gaat je sjaal rondtrekken. Bij dit patroon wordt bij bijna iedere toer van kleur gewisseld en ik heb daarom de draad al afgeknipt. Je kan dan verder met de volgende toer.

Om te beginnen met de volgende toer, maak je een keerstokje. Deze maak je iets korter dan dat je voor een heel stokje doet, een half stokje is namelijk minder hoog. Je haakt de hele toer nu in halve stokjes. Daarom is het steeds wisselen van kleur hier zo leuk bij. Als je namelijk hier een toer met halve stokjes doet, dan zie je natuurlijk helemaal geen hoogteverschil. Dat zie je hier nu wel heel goed. Dit is aan het einde van de toer, waarbij ik natuurlijk het aantal steken heb geteld. Het zijn er gelukkig nog steeds 23, net zoals toen ik begon.

Je gaat nu verder met toer 3. Op het diagram zie je kleurverschil tussen de toeren. Die kleuren staan voor de kleurwissel. Je ziet dat we toer 3 niet van kleur wisselen, maar dat we deze met dezelfde kleur haken. De toer bevat weer halve stokjes, dus je maakt een korter keerstokje. In dezelfde steek maak je vervolgens nog een half stokje. Dan haak je 2 lossen, je slaat 2 steken over en dan in de derde steek maak je een half stokje. Dat doe je nog eens. Op deze manier krijg je de openingen waar je volgende steken straks weer in komen. Ze blijven wel dicht op je haakwerk liggen, omdat we daar halve stokjes tussen doen.

Zo maak je heel de toer af. Aan het einde van de toer heb je 1 steek over en dat klopt. Daar maak je nog een half stokje. Je ziet ook op het diagram dat dit zo is aangegeven.

Nu ga je door naar toer 4 en je gebruikt daarbij een andere kleur. Je knipt natuurlijk wel eerst de draad af aan het einde van toer 3 en je draait het werk om. Zorg er altijd voor dat de draadjes op de juiste plek zitten, zodat je de boel niet weer lostrekt.

Begin toer 4 met een heel keerstokje. Je haakt 1 stokje op de eerste van de toer, dan 3 hele stokjes in de opening van de vorige toer. Bij de volgende opening doe je hetzelfde, weer 3 stokjes. Zo haak je de hele toer af. Aan het einde van de toer maak je nog een laatste stokje. Deze maak je in de bovenkant van het keerstokje van de vorige toer. Zo zou je haakwerk na toer 4 eruit moeten zien:

De draden knip je weer af, want voor toer 5 wissel je weer van kleur. Deze omslagdoek wordt helemaal in de breedte gehaakt, dus die kleurwisselingen komen normaal gesproken niet zo snel achter elkaar. In deze uitleg is dat natuurlijk wel het geval, we maken namelijk een kleiner lapje. Toer 5 bestaat ook weer uit clusters van 3 stokjes. Begin met het keerstokje en op het diagram zie je vervolgens een stokje in dezelfde steek. Dat is omdat we een afstand moeten overbruggen naar het volgende punt waar we insteken.

Heel vaak zie je in mijn patronen waar ik met clusters werk dat ik vaak in de steek zelf insteek. Dat geeft namelijk een platter effect. Bij de ‘Dottige Omslagdoek’ is dat juist niet de bedoeling. deze omslagdoek moet reliëf bevatten en daarom steek je tussen de steken in in toer 5. Het garen dat je gebruikt en de bolletjes die we straks gaan maken, dragen ook bij aan dat reliëf.

Je ziet in de onderstaande afbeelding goed dat de stokjes in toer 5 telkens in de openingen van toer 4 zitten.

Aan het einde van de toer maak je in het keerstokje van toer 4 nog 2 stokjes. Je knipt de draad vervolgens af, om met de volgende kleur verder te gaan. Dat is net als bij toer 2 een toer met halve stokjes. Je haakt deze allemaal in de steek. Dit blijft wel persoonlijke voorkeur. Vind jij iets anders mooier? Pas het gerust aan en ga ermee variëren. Bij een toer als deze tel ik steken opnieuw, om te controleren of ik nog steeds alle steken heb.

Draai het werk om en ga door naar de volgende toer. Dat is de herhaling van toer 3. Je doet deze toer weer in dezelfde kleur. Je doet een toer halve stokjes en een toer met ruimtes in dezelfde kleur. Als jij een oplettende haakster bent, dan zie je inmiddels een patroon ontstaan:

Voor toer 8 gaan we eerst van kleur wisselen. Draai het werk eerst om en pak de nieuwe kleur. Je haakt een keerstokje en haakt 3 stokjes in iedere ruimte. Nu gaan we naar toer 9 en dit wordt een leuke toer. Je gaat in dezelfde kleur verder en daar ga je voor het eerst de bolletjes haken. Draai het werk en haak het keerstokje op basis van 2 halve stokjes.

Nu is het de vraag hoe je het dotje haakt. Je haakt 5 stokjes in de derde steek, die je niet afhaakt. Hoe je dat precies doet is door onderstaand stappenplan te volgen:

  1. Omslaan
  2. Insteken
  3. Draad doorhalen
  4. Draad door 2 (zoals bij een normaal stokje)
  5. Nu maak je het stokje niet af, maar je herhaalt stap 1-4.

Als je dit doet, heb je al 3 lussen op je haaknaald staan.

Je gaat door tot je 6 lussen op je haaknaald hebt staan. Het dotje bestaat namelijk uit 5 stokjes, met daarbij de lus van de vorige steek: 6 lussen dus. Heb je de 6 lussen? Dan haak je het in 1 keer af. Je slaat de draad om en haalt deze door alle lussen heen en trek vervolgens de draad goed aan. Je maakt nog een losse, daarmee zet je het vast. Je gaat verder in de volgende steek en daar moet je even goed kijken waar je insteekt. Deze moet je namelijk in een steek steken die dicht bij het dotje zit. Dat overschaduwd elkaar dus een beetje.

Steek de naald in en maak een half stokje. Dat halve stokje is natuurlijk lager dan de hele stokjes die je eerder in deze toer hebt gehaakt. Daarmee ontstaat dus zo’n bolletje of dotje. Als je naar het diagram kijkt, dan zie je dat je nog 5 halve stokjes maakt.

Nu ga je het volgende dotje maken. Je kunt de stappen precies doorlopen zoals ze hierboven staan. Zorg er dus voor dat je 6 lussen op je naald hebt staan. Je ziet weer het ritme van het patroon waar ik het eerder al over had. Je komt iedere keer boven de middelste van het cluster uit. Aan het einde van de toer lijkt het er even op dat je de steken niet meer kunt plaatsen, maar dat lukt echt. Je hebt nog een steek over en je kunt het keerstokje van de vorige toer gebruiken.

Het kan zijn dat je de dotjes even naar de juiste kant moet drukken, zodat ze allemaal aan dezelfde kant zitten.

Om de dotjes af te sluiten, heb je nog een toer nodig. Dit is de tiende toer, welke je nog steeds met hetzelfde garen haakt. Je gaat een toer maken van hele stokjes. Hier moet je echt even heel goed opletten, want waar ga je insteken?

Je hebt eerst je keerstokje, daarnaast zit direct de tweede steek. Daar steek je in. De volgende steek (de derde steek) gaat in het dotje. Het dotje telt namelijk als 1 steek. Je hebt daar ook nog een losse zitten om alles bij elkaar te houden, maar die laat je voor wat het is. Je steekt de naald in de grotere ruimte. Je haakt daarna stokjes tot aan het volgende dotje. Je weet van de vorige toer dat er 5 steken tussen moeten zitten.

Aan het einde van toer 10 kan het weer zijn dat je de dotjes naar buiten moet duwen zodat je ze goed kunt zien. Controleer ook weer even of je nog steeds hetzelfde aantal steken hebt. De openingen die je mogelijk nu nog ziet in je haakwerk vallen weg zodra je de volgende toer hebt gehaakt. Kijk maar naar het origineel. Je ziet daar ook helemaal niets meer van:

De dotjes zijn eigenlijk het moeilijkste van het hele patroon. Verder is het goed opletten of je de herhalingen goed doet en dat je de kleurwissels goed doet als je hetzelfde wilt maken zoals het voorbeeld. Vanaf dit punt ga je het patroon weer verder volgen. Bij toer 11 zie je weer de toer met openingen, deze keer wel in een andere kleur. En dan vervolgt het patroon zich weer met alles wat je eerder al hebt gedaan.

Dit patroon is dus iets beter opletten dan de vorige twee patronen, maar is het resultaat zeker waard. Als je dan de hele lengte van de sjaal hebt gehaakt, in de breedte, dan kun je hem nog afwerken met een schulprandje. Lees in het artikel ‘Zo haak je mooie schulpjes’ hoe je dat doet. Je hebt dan een prachtige omslagdoek voor jezelf.

Variaties op de Dottige Omslagdoek

Er zijn natuurlijk nog meer variaties mogelijk. Dit patroon leent zich ook heel goed voor ander garen, zolang het garen maar geschikt is voor een haaknaald 3-3,5 mm. Ik laat je even een paar soorten garen zien.

Je hebt SCheepjes Our Tribe, zoals in het origineel, sokkengaren, heel zacht garen van Scheepjes en natuurlijk het allerzachtste garen ‘Puur Natuur Zijdezacht’. Wist je dat je het Puur Natuur garen zelf een kleur kunt geven? Tot zover de inspiratie voor het garen.

Wat kun je vervolgens nog doen met het patroon? Je kunt er bijvoorbeeld al je restjes mee opmaken:

Dit is een voorbeeld van waar ik al mijn restjes Scheepjes Stonewashed voor heb gebruikt, maar je kunt allerlei soorten garen gebruiken. Acryl, katoen, alles is mogelijk. Dit valt groter uit, want dit is garen voor haaknaald 4 mm. Toch is het heel aantrekkelijk om op die manier je restjes te verwerken. Je hebt op die manier ook echt een unieke sjaal.

Een andere optie is dat je de omslagdoek volledig in 1 kleur maakt, en dan meteen ander garen. Dit is een voorbeeld met het Stardust garen (je hebt hierbij 4 bollen nodig), wat de omslagdoek een stuk romantischer maakt:

Ik hoop dat deze uitleg je heeft geïnspireerd om aan de slag te gaan met het gratis patroon van De Dottige Omslagdoek. Zeker nu het wat kouder wordt in de avond, is het echt heerlijk om deze omslagdoek om je schouders te hebben. Dit was voor nu de uitleg over De Dottige Omslagdoek, in het volgende artikel uit deze serie leg ik alles uit over de 2×2 Sjaal.

Ik wens je heel veel haakplezier!

Vraag je je af of er ook een video is met deze uitleg?

Jazeker, voor iedereen die deze uitleg liever in een video krijgt: ga hier naar de video op YouTube.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.